Interview met Fons de Poel
(Alsjeblieft, jaargang 2 nummer 3 - 1995)
Naam: Alphonsus Titus Henricus Maria de Poel
Leeftijd: 39 jaar
Geboorteplaats: Hatert
Beroep: Eindredacteur Brandpunt
Alphonsus Henricus Titus Maria de Poel (39) is geboren in 1955 te Hatert. Ooit een dorpje van 250 boerderijen, maar nu de lelijkste nieuwbouwwijk van Nijmegen. Hij is de jongste uit een gezin met acht kinderen. Een opleiding heeft hij nooit afgerond. Hij is vroegtijdig van school gestuurd, omdat hij toch wel lastig was en veel spijbelde. Het gevoel dat hij die school niet nodig had, is bij hem altijd heel groot geweest. Wel is hij altijd autodidact geweest.
Hij heeft heel veel meer geleerd dan op school mogelijk was. Veel reizen en talenstudies heeft hij op de één of andere manier gewoon naast een opleiding gedaan. hij paste gewoon niet in het systeem van een klas. Aan iedere school heeft hij ook geen enkele leuke herinnering. Hij vond het altijd vreselijk, net een gevangenis. Hoe aardig de mensen ook waren. Hij wist ook nooit bij wie hij in de klas zat. Naast de school had hij bovendien een heel ander leven, die hem meer interesseerde. Hij heeft altijd gedacht: het komt wel goed. Een waanzinnig zelfvertrouwen, waar een heleboel kracht in zit. De kracht van: de verbeelding aan de macht brengen. Heel veel kracht brengen aan flair en overtuigingskracht. Bouwen op je eigen creativiteit. Hij heeft altijd gedacht: ik word wel schrijver of ik kan wel aardig schrijven.
Zijn journalistieke loopbaan begon hij bij het Nijmeegs dagblad. Een kleine krant met ongeveer 1300 abonnees. Dat was in 1975. Daarna is hij naar de Gelderlander in Nijmegen gegaan. Naast de stadsredactie deed hij daar de nieuwsdienst. Dat betekent dat je de weekend bijlage vol moet schrijven. In november 1982 kwam hij als verslaggever bij Brandpunt te werken. Dat heeft hij een jaar of tien gedaan. De meeste tijd was hij internationaal verslaggever. Dat hield in dat hij naar alle oorlogen, hongersnoden en alle andere internationale politieke ontwikkelingen moest. Vier jaar geleden is hij eindredacteur geworden van het programma Reporter wat hij naast Brandpunt destijds heeft opgezet. Twee jaar geleden is hij ten slotte eindredacteur geworden van Brandpunt en Reporter, waarvan de laatste dezelfde naam heeft gekregen. Twee maal Brandpunt dus, maar nog wel met twee verschillende redactie teams die nauw samenwerken, omdat hij heilig gelooft in het werken met kleine teams die heel chauvinistisch naar één uitzending toewerken.
Naast de werkzaamheden voor Brandpunt en Reporter heeft hij eens het programma Politiek café gepresenteerd. Dat was een programma dat in de haast in elkaar gedraaid werd, toen er verkiezingen aan dreigden te komen. Het kabinet Lubbers II was net gevallen. Het programma bestaat niet meer, omdat zo'n programma alleen maar leuk is als er een kabinet valt. Om zo'n programma tussendoor te doen is niet leuk, want dan gaan die politici alleen maar snateren, zonder dat er wat spectaculairs uit komt. Louter uit zelfverdediging. Veel te veel angst dat ze op hun bek vallen. En dan was er nog 'de Afrekening, die hij gepresenteerd heeft. Dat was een korte zomerserie van tien portretten van Nederlanders die ooit op een nare manier in het nieuws waren gekomen. Via dat programma konden zij eindelijk een keer van zich af bijten.
In een interview met Hugo Camps in Elsevier heeft u gezegd: 'Je kunt met mij nauwelijks een gewoon gesprek voeren. De jacht op nieuws is er altijd.' Hoe zal zich dat in dit gesprek uiten?
Ik ben er altijd op bedacht dat mensen iets zeggen waarvan ik vermoed dat het een onderwerp kan zijn. Dat betekent dat er altijd een extra zintuig meespeelt. Als ik iemand tegen kom en die vertelt iets, dan ga ik al heel gauw denken in reportage termen. Wat dat betreft ben ik echt 24 uur per dag journalist. Dat betekent niet dat niemand mij in vertrouwen kan nemen. Dat kan zeker. Ik kan erg goed mijn mondje over iets dicht houden. Ik vertel veel, maar dus niet alles.
Als u iets verneemt, bent u niet bang om ermee voor de dag te komen?
O, zeker niet. Daar hebben wij enkele heilige journalistieke principes voor. Zoals: Hoor en wederhoor en de feiten moeten kloppen en het moet fantsoenlijk gebracht worden. Zodra ik op het spoor ben van een verhaal waarvan ik denk dat het maatschappelijk relevant is, dan zal ik niet aarzelen om het te brengen. Het verhaal moet in ieder geval aan alle journalistieke normen kloppen. Of het nu een vervelend of een leuk verhaal is. Als blijkt dat Nordholt te veel verdient of dat Brinkman commissaris is van een frauduleus bedrijf, heb je als journalist de plicht om de feitelijke gegevens naar buiten te brengen. Ook al zijn die dan nog zo hard. Ik heb daar ook geen moeite mee. Ik ben daar gewoon trots op. Zolang we dat maar zorgvuldig doen, zonder dat we fouten maken. Dat er mensen een tijd boos op je zijn doet er verder niet toe. Zolang je maar weet dat je een goed, feitelijk verhaal hebt gebracht hoef je niets te vrezen. Het is zeker niet zo dat we iemand keihard de grond in willen trappen. Natuurlijk is het sneu voor Brinkman dat hij zo hard gevallen is. Ik ken hem vrij goed. Het is niet zo dat ik triomfantelijk op de berg sta en roep: 'Kijk we hebben weer iemand een schop gegeven'. Zo werkt het niet. Maar we hebben ons werk gedaan, dat gebaseerd was op louter en alleen feiten. Ik moet erbij zeggen dat de journalistiek in Nederland wat dat betreft milder is dan die in Amerika. Daar is de journalistiek vele malen harder. Nederland is een soort consensus landje. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Alle partijen komen elkaar overal tegen. We zijn niet gewend aan het zien van harde publikaties. Dat heeft met het politieke landschap te maken, waar iedereen van iedereen afhankelijk is. Met feiten die kloppen en verhalen waar niets op af te dwingen is, kan je mee voor de dag komen. We hoeven niet braaf te zijn. Brandpunt mag best een programma zijn dat op een strijdbare manier de journalistiek bedrijft. Ik vind dat dat wel meer mag gebeuren. In Nederland is niet zo'n journalistieke cultuur van onderzoeksjournalistiek. Bij kranten heb je dat nauwelijks, Vrij Nederland heeft dat een beetje gehad. We hebben hier gelukkig een paar mensen werken die soms twee à drie maanden op één verhaal zitten en alles checken, ook verhalen die helemaal goed zijn maar toch niet gepubliceerd worden, omdat ze voor ons net niet goed genoeg zijn. Ik vind het jammer dat dit soort research journalistiek zo weinig wordt toegepast in Nederland. Het is namelijk van wezenlijk belang voor de journalistiek. Feiten verzamelen en die brengen.
Financieel gezien is onderzoeksjournalistiek vrij kostbaar?
Dat is ook het grote probleem. Voor al die rubriekjes die iedere week uitzending hebben, is het vrij kostbaar om iedere week weer een goed gevuld programma te hebben op een behoorlijke professionele manier. Omdat we weten dat het zo kostbaar is, hebben we er speciale ruimte voor gecreëerd bij Brandpunt. Met de toenemende concurrentie, de slag met NOVA, moet je toch een paar dingen extra doen om je sterk te houden. Nog een doel van journalistiek is iets veroorzaken.
Zou onderzoeksjournalistiek mogelijk zijn bij een commerciële omroep?
Nee, ik denk van niet, omdat een commerciële omroep alleen maar kijkt naar kijkcijfers. Daar zijn zij in geïnteresseerd. Als ik wil scoren dan moet ik sexboerderijen binnenvallen en aan de dames vragen waarom ze voor het vak hebben gekozen. Of naar een SM-clubje gaan, om daar de meest afschuwelijke dingen vast te leggen. Gelukkig staat de publieke omroep voor een wat bredere taak. Mensen goed informeren, of het nou scoort of niet. Je moet een rol spelen in de opinievorming.
U hebt eens gezegd dat u over vijf jaar terugkeert naar de regionale krant.
Ik weet niet wat ik over vijf jaar doe. Er is wel een verlangen om terug te keren naar de bron waar ik vandaan kom, Nijmegen. De zachte G , ik ben een Zuiderling. Maar dat is meer chargerend hoe ik dat zeg. Ik sluit de commerciële TV ook niet uit. Reken maar dat ik veel gebeld ben door commerciële mensen. Ik sta er overigens niet om te springen. Het hangt net af van de verdere ontwikkelingen in medialandschap wat ik in de toekomst zal doen. Geld speelt momenteel voor mij geen rol, maar wie weet, ik ben nu bijna veertig, begint het op een dag te knellen. Het enige wat ik wil blijven doen is serieuze journalistiek bedrijven, waar dan ook. Wel blijf ik het liefst bij Brandpunt, omdat wij het grootste journalistieke potentieel van Hilversum zijn en de oudste actualiteitenrubriek van Nederland hebben met een grote traditie.
Hoe ziet u de toekomst van de publieke omroepen?
Ik geloof dat het nodig is dat er in het bestel veel meer samen wordt gewerkt dan nu het geval is. Niet dat alles op één hoop gegooid moet worden, want ik denk niet dat de som der dingen ook automatisch tot een beter programma zal leiden. Of de verzuiling blijft is zeer de vraag. Het verzuilde systeem begint steeds meer waterschade te vertonen. De toppen van de publieke omroepen moeten allemaal bij elkaar komen en gaan nadenken waar ze nu specifiek de behoefte aan hebben als publieke zenders. De hele discussie moet meer over de programma's gaan, dan over de omroepen. Meer kijken naar het produkt wat geleverd moet worden.
Is een nationale omroep misschien wat?
O nee, een nationale is een afschuwelijk begrip. De BRT is zo'n begrip en dat is een afschuwelijke club, met alleen maar politieke benoemingen. Maar als je naar het Duitse systeem kijkt met de ZDF en de ARD, die toch een heel conglomeraat te pakken hebben, met hele goede katholieke programma's en prachtige linkse actualiteitenrubrieken en hele rechtse actualiteitenrubrieken, dan zie je het hele landschap in beeld, maar toch geen nationale omroep. Het begrip nationale omroep als eenheidsworst om een veilige middenweg te zoeken is absoluut niet wat ik zou willen.
In hoeverre speelt de K van KRO nog mee in de programmering?
De KRO houdt zich er zeker mee bezig. Kijk maar naar programma's als Kruispunt en Arena. Dat zijn zingevingsprogramma's die vanuit de identiteit van de KRO worden gemaakt. Brandpunt houdt zich er niet mee bezig, Ik zou het ook erg vinden als de programmering van Brandpunt er wel op afgestemd werd. Brandpunt is een actualiteitenrubriek die in de breedte van de maatschappij vorm geeft. Brandpunt heeft wel de typische identiteit van de KRO, doordat wij veel in de derde wereld zitten en dus veel solidariteit in onze vorm van journalistiek mee geven. Brandpunt is een typisch KRO produkt, omdat het uit de traditie van de KRO voorkomt. Maar Brandpunt is geen programma met specifieke katholieke onderwerpen.
Heeft de K nog betekenis voor uzelf?
Ik vind het goed dat wij die programma's maken die zich daar specifiek mee bezig houden. Ik vind het ook belangrijk om te beseffen uit welke bron je werkt. Het is niet zo dat ik bij de KRO ben gegaan vanwege de K. Ik heb destijds voor Brandpunt gekozen en omdat ik de KRO altijd een fatsoenlijke omroep heb gevonden.
Speelt een breed publiek mee bij de keuze van een onderwerp?
Aan de ene kant wel en aan de andere kant niet. We maken heel veel programma's die interessant zijn, waarvan wij denken dat moeten de mensen weten. En soms proberen wij via een mix van onderwerpen een uitzending aantrekkelijk te maken. Je hebt soms een locomotiefje nodig waaraan het grote verhaal hangt om het bij een breed publiek te krijgen. Het belangrijkste is wel dat het aan alle journalistieke normen moet voldoen. We gaan niet op de knieën voor de kijkers. Sensatie speelt geen rol om aantrekkelijke programma's te maken. Je hebt soms bepaalde onderwerpen nodig om een breed publiek te krijgen. We moeten gewoon regelmatig veroorzakende journalistiek bedrijven, wat wil zeggen dat je verhalen moet maken die maatschappelijk van belang zijn. Soms nemen we wel een onderwerp, waarvan we zeker weten dat ze een breed publiek vangen. We gaan niet uit de weg voor een verhaal over Emily, de nieuwe vriendin van Willem-Alexander. Niet dat we een sensationeel verhaal willen maken, maar we kijken wel over de schouder mee van de paparazzi fotograaf. Of we lopen mee met de scout van Feyenoord, die kleine jonge Braziliaantjes loopt te checken als startkapitaal. Welk onderwerp het ook is, ieder verhaal moet gebaseerd zijn op feiten. Een feit kan sensationeel beleefd worden, maar dat wil nog niet zeggen dat je ook sensatie journalistiek bedrijft, zoals Story en Privé. Hetzelfde geldt voor criminaliteitsjournalistiek. Daar houdt Brandpunt zich ook niet mee bezig. In die vorm van journalistiek heb je altijd criminele bronnen. Die criminele bronnen zijn per definitie onbetrouwbaar. Dus moeten wij de criminaliteitsjournalistiek niet als prioriteit stellen. Dat wil niet zeggen dat Brandpunt helemaal geen criminaliteit als onderwerp kan gebruiken. Criminaliteit in de georganiseerde misdaad, de IRT-affaire, en onderwerpen als de maffia-praktijken zijn uitstekende thema's, maar om echt criminele taferelen uit te gaan pluizen, dat vind ik niet passen bij een programma als Brandpunt. Ik zeg niet dat het niet mag, maar je moet keuzes maken in dit vak. Anders doe je alles en niets goed.
Is uw maatschappelijke positie veranderd, nadat u in verschillende brandhaarden over de hele wereld hebt gezeten?
Het doet me zeker wat, als ik weer eens aardbeving na aardbeving en zoveel onrecht heb meegemaakt. Dan zeg ik wel eens: doe mij maar weer even een jaar de politiek in Den Haag in plaats van te reizen. Het is niet niks wat het allemaal met je doet. De ene keer zit je in Afghanistan en een fractie later middenin de hongersnood in Afrika. Het is juist goed dat je zo nu en dan een interval hebt en zegt: laat mij maar even wat anders doen. Bij Brandpunt vragen wij niet om nieuwsshots, want dat is een andere vorm van journalistiek, maar om achter het nieuws te kijken. Met mensen omgaan vraagt een solidiserende vorm van journalistiek. Je moet je inleven in het lot van onderdrukten. Dat gaat niet zomaar langs je heen. Het vraagt een enorm incasseringsvermogen, je kunt niet blijven hollen langs al die ellende, dat doet iets met je.
Wat is uw meest aangrijpende gebeurtenis?
De vooravond van de golfoorlog toen ik in Israël zat heb ik wel als het moeilijkste ervaren, geloof ik. Mede omdat ik een grote ontroering heb voor dat land. Het idee dat er op Tel Aviv raketten zouden worden afgeschoten met gas. Ik dacht: deze klootzak uit Iraq, het zou toch niet waar wezen. Het had ook kunnen gebeuren. Als de Amerikanen niet hadden ingegrepen, dan hadden we nu misschien wel een atomair conflict gehad in het Midden Oosten en hadden we Tel Aviv op onze buik kunnen schrijven. Ik vond het heel belangrijk om er bij te zijn. Het idee om ergens bij te zijn vind ik al heel belangrijk. De angst van al die mensen. Gasmasker op voor de eerste keer en die rare pakken die we van het ministerie van defensie meegekregen hadden. We liepen daar als maanmannetjes rond, terwijl al die Israëliërs met een korte broek met gasmasker op liepen. Maar het is om wanhopig van te worden, niet te weten met wat voor gif het land misschien bespoten wordt.
Waar komt uw band met Israël vandaan?
Toeval. Ik ben er voor het eerst geweest toen ik veertien was. Het heeft me direct aangegrepen. Het idee dat mensen van een woestijn een vruchtbaar mooi land maakten, nadat ze eerst bijna allemaal waren vergast. Het heeft me altijd bezig gehouden hoe het anti-semitisme zo ver kon gaan. Niet dat ik direct puur het Zionisme steun, want daar heb ik ook wel bezwaren tegen. Ik geloof er heilig in dat een Palestijnse staat naast Israël zou moeten bestaan. Zeker niet als één land. In Libanon hebben ze eens geprobeerd Christenen en Moslims samen te laten leven en je ziet wat er van over is. Hoe het wel moet, dat weet ik niet. Het is een conflict van twee gelijken, die aanspraak maken op hetzelfde gebied. Ik hoop wel dat beide volken tot een consensus kunnen komen als het gaat op de gebieden waar ze beiden aanspraak op willen maken. Bijvoorbeeld Jeruzalem, als het aan mij ligt blijft Jeruzalem van Israël, maar dat is mijn mening. Het is niet voor niets niet Uganda geworden maar Israël, vanwege het feit dat Jeruzalem daar ligt. Ik kan me erg goed voorstellen dat de Israëli's zoveel aan Jeruzalem hechten. Die stad is een bron van inspiratie en identificatie voor het Joodse volk. Jeruzalem moet zeker geen verdeelde stad worden. Er zijn al genoeg verdeelde steden in de wereld. Een Israël-Palestijnse consensus zou wat dat betreft ideaal zijn, al zal dat erg moeilijk worden. Ik heb altijd gedacht dat Israël en Palestina als twee democratische landen naast elkaar kunnen leven. Ik weet niet wat er uit deze waanzinnige vredesregeling ten goede kan komen, maar enige moed kan Arafat en Rabin niet worden ontzegd en ook fysiek, want het is de enige manier. Zelfs Arafat, Rabin is ook een man die alleen om pragmatische reden deze vrede sluit en dat is goed. Je maakt geen vrede met je grootste vriend, je maakt vrede met je grootste vijand. Ik hoop dat ze het vol zullen houden, want het zou een ramp zijn als dat niet zou gebeuren. Het duurt natuurlijk nog wel twee tot drie generaties totdat het echt werkt, maar iedere volgende oorlog in het Midden Oosten zal zoveel vreselijker zijn dan de vorige, doordat de bewapening en de techniek maar doorgaat. Israël moet wel sterk bewapend zijn in het Midden Oosten want, het Midden Oosten is een gebied van opportunity zoals dat heet. Iemand die zwak wordt is ook heel snel het slachtoffer.
Als u nu terug kijkt op alles wat u gedaan hebt, kunt u dan zeggen dat u goed bezig bent geweest, of zou u het nu anders gedaan hebben?
Ik ben redelijk consequent geweest in mijn keuzes. Toch heb ik het gevoel dat het beter had gekund. Je moet nooit het gevoel hebben dat je klaar bent. Dat heb ik ook absoluut niet. Ik denk dat ik nu nog steeds beter kan en dat moet ook, anders krijg je een soort veiligheid. Ik moet ieder jaar iets creeren. Steeds weer een andere koers wat meer aanstrijken en het andere wat minder doen. Iedere keer weer net dat ene beetje meer stimulans creren. Je moet niet de hele tijd op routine leunen. Dat zal ook niet snel gebeuren in dit vak, maar als ik nu terugkijk op vooral dertien jaar Brandpunt, dan moet ik zeggen dat ik met heel hard werken en met enig talent een aardig eindje op dreef ben, maar nog lang niet klaar. Ik heb iedere dag toch nog het gevoel dat ik aan het begin van mijn ontwikkeling sta, wat ik twintig jaar geleden ook al had en wat nooit zal ophouden. Dit is ook een onverzadigbaar vak. Ik zal er nooit cynisch in worden. Ik zal niet bij de volgende watersnood roepen: 'O, alweer een watersnood, dat hebben we toch al gehad'. Er is altijd wel iets dat bij jou de verbeelding aan de macht brengt, waardoor je denkt: nu ga ik er eens zo naar kijken. Het houdt dus nooit op.
Zijn er nog specifieke dingen die u nog wilt bereiken?
Nee, niet echt. Ik wil alleen goed in m'n vak zijn en ik wil het leuk hebben.Met leuke mensen werken. Het werk moet een hele plezierige roes zijn. Ik heb nu de positie dat ik een programma heb die ik kan sturen waar het naar toe gaat en naar mijn beeld zetten. Dat is natuurlijk ontzettend prettig, maar waar het naar toe gaat, dat weet ik niet.
Wat doet u liever: schrijven of presenteren?
Ik vind het allemaal leuk. Ik ben ooit journalist geworden, omdat ik schrijven zo leuk vind. Het is bij mij gewoon begonnen als een dichter enzo. Ik heb krantjes gemaakt bij mij in de straat toen ik een jaar of twaalf was. Ik heb altijd willen schrijven, wat ik de bron vind van de journalistiek. Het willen schrijven. Toen ben ik bij de televisie gekomen en dat vond ik al heel snel, heel leuk. Het componeren van programma's en te kijken hoe het ene verhaal zich verhoudt met het andere. Hoe kunnen we een programma aantrekkelijk maken. Presenteren is maar twee procent van mijn werk. Doordat ik eindredacteur ben, ben ik verantwoordelijk voor het budget, het personeel, programma ideeën, montages, noem maar op. Voor het presenteren ga ik zondagmiddag om vier uur eens achter de computer zitten en bedenk een tekst, waarvan ik denk dat ze lekker in het gehoor liggen en dat ik ze goed kan uitspreken. Het is wel belangrijk. Je bent het gezicht van het programma en dat besef ik ook heel goed. Het is een echt vak, wat ik met plezier doe. Ik ga iedere keer handen wrijvend achter die tafel zitten, met het gevoel dat ik de mensen echt iets wil vertellen. Ik probeer de mensen erbij te betrekken. Ik geloof dat presenteren iets is wat je moet kunnen. Volgens mij is het niet te leren, het moet in je zitten. Presenteren is het praterige en overtuigende. Mensen in de ogen kijken. Het zit er gewoon in. Dat is de aard van het beestje. Ik moet wel zeggen dat de nationale bekendheid zo zijn bekoringen heeft. Je bent een beetje ijdel. Als je dat niet bent, dan moet je met je rug naar de mensen toe gaan zitten. Het heeft zo zijn voordelen dat je makkelijker met mensen gaat communiceren, maar het heeft ook zeker zijn nadelen. Dat mensen altijd een mening over je gaan vormen en een oordeel over je geven.
Wanneer bent u het creatiefst?
Als het moet. Het is een soort mechanisme. Knopjes omdraaien en nu moet ik iets gaan bedenken. Dat gaat niet op één specifiek dagdeel. Ik geloof dat ik 's morgens nog wel redelijk moet ontwaken en 's avonds kan ik wel weer heel moe zijn. Maar voor hetzelfde geldt dat als er over iets nagedacht moet worden, mij dan plotseling iets te binnen schiet. Ik ben, geloof ik, wel in staat die momenten op te roepen, wanneer ik de creativiteit nodig heb. Maar dat is meer het gevolg van ruim twintig jaar ervaring. Twintig jaar verhalen maken en vermoeidheid overschrijden. Zoveel reizen en 's nachts om drie uur uit het vliegtuig stappen om vervolgens om zes uur 's ochtends met een natte kop van de douche weer in het volgende werk zitten. Dan moet je wel in staat zijn om jezelf over je fysieke grenzen heen te zetten, Dat is op zichzelf wel een risico. Ik denk dat je dat alleen maar kunt doen als je daar nog fit genoeg voor bent. Als je nog midden in het leven staat. Je moet daar mee oppassen, er zijn ook wel dramatisch ouder wordende journalisten. Er is ook nog een fysieke slag die je moet leveren. Het slopende werk van een vermoeide reportage maken in Japan, om vervolgens in het vliegtuig te stappen en zonder te slapen de boel gaan monteren. Daar heb ik toch altijd weer bewondering voor. Om die reden moet je zo af en toe tot je zelf komen en even wat anders gaan doen. Even niet op reis gaan, want anders sloopt het je. Journalistiek is een manier van leven. Je kan onmogelijk tussen negen en vijf journalistiek bedrijven. Brandpunt is een manier van leven en eindredacteur van Brandpunt is ook een manier van leven. Wat dat betreft, we maken nu uitzendingen in het weekend, heb ik nog nooit een vrij weekend gehad geloof ik. Op die manier hebben wij al een heel ander ritme dan de rest van Nederland. Het nieuws wacht niet. Als het nieuws oud is is het geen nieuws meer, Tenzij je oud nieuws verzameld en goed rangschikt in een reportage, dan kan dat de ogen van de kijkers openen. Heel gek als je ieder fragment beetje bij beetje voorbij ziet komen. Als je dan besluit om al die fragmentjes tot één samenhangend verhaal te brengen, dan kom je tot de conclusie dat al die dingetjes die allemaal verteld en bekend zijn, nog nooit samenhangend geschetst zijn.
Stelling: Diep vallen om vervolgens keihard terug te komen
Diep vallen is iets wat anderen wel eens is overkomen en wat ik me ook iedere dag realiseer. Het risico van dit vak ligt enorm hoog. Ik ken veel personen die diep zijn gevallen en nooit meer terug zijn gekomen. Dat is de tol die de positie eist waarvoor je kiest. Als je het hoogst wilt springen, dan kun je ook het diepste vallen. Dat kan mij ook overkomen. Als wij ongelijk hadden gehad in de affaire Brinkman, dan had ik hier nu niet gezeten. Het is natuurlijk een interessant fenomeen. Mensen die bijna premier worden en dan plotseling weer helemaal geen premier worden. Overigens is Brinkman niet gevallen door ons. Hij is gevallen doordat het CDA een waanzinnig slechte campagne voerde en zijn hele huishouding niet in orde had. Het gelazer tussen Lubbers en Brinkman en de AOW is voor het CDA veel dodelijker geweest dan onze onthulling. Wel heeft de onthulling die wij brachten wel invloed gehad op de campagne. Doordat Brinkman terug ging vechten tegen onze onthullingen,is het alleen maar erger geworden. Als hij gewoon gezegd had: bedankt voor de feiten en ik stap op bij het commissariaat, dan was het minder erg geworden. Maar hij ging door. Hij kan ons wel aanvallen, maar de feiten blijven staan. Hij moest de feiten aanvallen. Uiteindelijk komt er toch wel een persconferentie waar alles in het daglicht komt. Ik wist gewoon door die feiten dat we gelijk hadden. In de etalage sta je dan wel even als iemand die op een lullig tijdstip, dat iemand heeft aangedaan, maar ik wist gewoon dat wij feitelijke journalistiek hadden bedreven en dat daar geen misverstand over zou kunnen ontstaan. Dat is ook gebleken. Als ik zeg een hoogtepunt, dan is dat, omdat wij ons journalistiek werk goed hebben gedaan. Het is natuurlijk een pijnlijk hoogtepunt voor hem en even een pijnlijk hoogtepunt voor ons, als iedereen tegen je aan staat te trappen, maar dat duurt een paar dagen en dat wist ik, maar ik wist ook dat alles weer recht zou komen, omdat de feiten gewoon klopten.
| < Vorige | Verder > |
|---|



