Gebruikers waardering: / 0
LaagsteHoogste 

Interview met Jacques d'Ancona

(Alsjeblieft, jaargang 3 nummer 5 - 1996)

Naam: Jacques J. d'Ancona
Opleidingen: MULO, Gymnasium, HBS-A. niet afgemaakt: MO-Engels en Rechten
Beroep: Journalist/criticus/presentator/ recensent

Men zegt dat hij harde kritiek geeft aan vooraanstaande artiesten. Dat klopt ook wel, want hij is niet voor niets criticus. Zijn grootste passie ligt in de voetballerij en dan gaat het niet om het spelletje, maar om de spelregels dat hem boeiend houdt. De manier waarop een scheidsrechter de wedstrijd begeleidt. Ooit was hij de jongste scheidsrechter van de K.N.V.B. Daarnaast is hij journalist bij het Nieuwsblad van het Noorden, waar hij wekelijks de entertainmentpagina verzorgd. Door de week is hij veelal te vinden in het Westen, waar hij of presentator, dan wel criticus is bij de televisie. Hij blijft echter Groninger in hart en nieren. Een interview met Jacques d'Ancona. Ik zocht hem op in zijn woning waar ik ontvangen werd met koffie in een trendy ingericht huis.

Waar begon je je journalistieke loopbaan?
Het is allemaal begonnen op de middelbare school voor de schoolkrant op het Heijmanscollege en voor Be Quick, mijn vereniging. Het voetballen is sterk verweven met mijn carrière en omgekeerd. Bij mij lopen de dingen sterk door elkaar. Ik weet ze erg te onderscheiden. Er zijn heel veel causale verbanden tussen activiteiten. M'n belangstelling in mensen, het streven om kennis te vergaren en tegelijkertijd kennis te verspreiden. Ik zuip de informatie als het ware op om zoveel mogelijk te weten te komen. Je kan niet in vakken leven. Alleen bezig zijn met een Rechtenstudie of studie Engels. Ondanks dat ik deze studies niet heb afgemaakt, doordat ik het te druk had, bezocht ik wel ieder college. Ik bleef nooit weg van colleges. Ik wil altijd graag weten wat er wordt gebracht. En niet alleen wat, maar vooral hoe het wordt gebracht. Jaren later toen ik zelf ging presenteren, of het nu gaat om een presentatie van een evenement of een lezing voor plattelandsvrouwen, ik probeer in de toon en stijl van praten en de woordkeus mij helemaal in te leven en aan te passen bij het gezelschap waar ik voor sta. 

In een interview met Televizier heb je gezegd dat je drie personen per dag zijn. Welke persoon heb ik hier nu voor me?
Je kan het beter definiëren als per dag op verschillende wijze functioneren. Dat wil zeggen er overal bij zijn. Ik ben in dat opzicht sterk kameleontisch. Het aanpassen van de functie die je hebt. Het aanpassen van het functioneren van een moment. Mijn toon van spreken is anders wanneer ik zelf een interview doe en ligt eraan met wie. Het ligt er maar net aan waar ik op dat moment mee bezig ben. Achter de tekstverwerker recensies schrijven voor de krant, een scheidsrechtersrapport schrijven of dat ik bezig ben met een openbare presentatie. 

In hetzelfde interview zeg je dat je met het blote oog niet te volgen bent. Wat is de bedoeling achter deze Anconiaanse theorie?

Mensen hebben vaak moeite met de snelheid en met de differentiatie van al die verschillende dingen die ik doe. Tijdens een interview dat ik zo'n 15 jaar geleden had met Paul van Vliet had hij een opmerking over een scheidsrechter met de vraag aan mij of dat misschien een broer van mij was. Toen zei ik: 'Nee, dat ben ik zelf'. Ook het omgekeerde gebeurt wel. Mensen in de voetbalwereld kwamen dan op me af met de vraag: 'Ik heb laatst een stuk gelezen over theater. Is dat een broer van u'. Waarop ik ontkennend moest reageren en zeggen dat ik dat zelf was. Mensen verwachten gewoon niet de combinatie van cultuur, kunst, sport, presentatie, journalistieke vaardigheden, spreken in het openbaar en sociale bewogenheden voor goede doelen. Ik zeg dan vaak dat ik niet met het blote oog te volgen ben, maar ik wil dat de mensen me volgen. Ik kan heel snel van onderwerp wisselen. Mensen in mijn omgeving verbazen zich er soms over. Als ik 's avonds een vergadering heb gehad tot half elf, dan ga je daarna nog wat drinken of naar een andere afspraak. Ik heb wel eens een interview afspraak om twaalf uur 's avonds, waarom ook niet. De dag loopt toch gewoon door. Ik probeer mezelf aan te passen aan de activiteit van het moment. Terugkomend op de vraag welke persoon je voor je hebt, luidt het antwoord: 'Je hebt mij voor je en niet een stuk van de mens. Ik probeer me te geven zoals ik ben'.

Je wil graag opgemerkt worden. Is dat een vorm van ijdelheid of perfectionistisch vakmanschap?
Het mag niet ongemerkt voorbij gaan. Ik vind het belangrijk dat wanneer ik dingen doe, dat het ook functioneert. Het heeft erg weinig zin om één van die dertien miljoen onopvallende Nederlanders te zijn, wanneer je bezig bent zo opmerkelijk en zo gedifferentieerd te functioneren. Ik wil graag functioneren en ik wil ook wel graag dat mensen daar kennis van nemen. Dat is niet een vorm van ijdelheid. Er zijn nu eenmaal dingen die gedaan en geregeld moeten worden. Of het nu gaat om een boodschappenlijstje voor de supermarkt, of een artikel voor de krant dat er goed in moet komen, of een foto opvragen bij de afdeling documentatie, telefoontjes die gepleegd moeten worden om de zaken van volgende week te regelen. Al dat soort dingen komen niet naar je toe, maar moet je allemaal zelf doen. Het wordt niet voor mij gedaan. Ik wil ook niet als een Goeroe functioneren. Ik heb het allemaal zelf gedaan.

Stelling: Mensen die het druk hebben, altijd tijd. 
Mensen die niets te doen hebben, hebben nooit tijd.

Aan die stelling kan ik weinig veranderingen in aanbrengen. Deze stelling heb ik dertig jaar geleden van een wijze voetbalbestuurder al gehoord die altijd zei: 'If you want to something done, Ask a busy man'. Het is een kwestie van flexibiliteit, combineren en geestelijk actief blijven. Erin gaan, er voor staan. Dat heb ik met alles gedaan. Niet altijd met veel resultaat. Als scheidsrechter bijvoorbeeld. Ik ben precies zover gekomen als ik wilde. Aan de rand van het betaalde voetbal, dat is wat ik kon halen. Van de dertigduizend scheidsrechters in het amateurvoetbal behoorde ik op dat moment toch tot de beste vijftig. Toen ik het toch net niet haalde om in het betaalde voetbal te komen, vond ik dat dus eigenlijk prima. Het aardige was, dat ik het van mezelf wist. Ik had het aardig gedaan, maar niet zo goed als ik echt had gewild. Bij mij staat het functioneren centraal. Als ik iets doe, dan wil ik dat goed doen. Nadat ik voor het betaalde voetbal was afgewezen, heb ik nog eens een paar verschrikkelijke leuke seizoenen aan de top van het amateurvoetbal gehad. Aan stoppen heb ik geen moment gedacht. Integendeel het blijft mijn mooiste hobby en wie stopt er met zijn mooiste hobby? Niemand toch. Totdat ik werd weggeroepen, omdat ik werd benoemd in de scheidsrechterscommissie betaald voetbal. Toen moest ik wel stoppen met fluiten, anders was ik nog wel acht jaar doorgegaan. Vervolgens kreeg ik steeds meer activiteiten in het land als het gaat om presentatie en televisie, waardoor ik stopte met de scheidsrechterscommissie en door ben gegaan als waarnemer. Dat onderdeel van voetbal zou ik nooit willen missen. Ik houd eigenlijk helemaal niet van voetbal, maar het functioneren heeft m'n hele leven bepaald. De spelregels van het spelletje en het gedrag van een scheidsrechter observeren en beoordelen, dat vind ik boeiend. Ik ga nooit naar een wedstrijd als ik niet hoef te functioneren als waarnemer.

Wat doet een waarnemer van de K.N.V.B. precies?
Observeren en beoordelen van de scheidsrechter aan de hand van een onderwerpenlijst. Tijdens de wedstrijd maak ik aantekeningen, waarop ik het functioneren van de scheidsrechter waarneem. Ik beoordeel hem niet op zijn fouten, maar op het totale functioneren tijdens de wedstrijd. Heel belangrijk zijn persoonlijkheid, overwicht en acceptatie. Ik zeg altijd: 'Een persoonlijkheid is iemand die ook in z'n fouten accepteert'.
Een waarnemer dient een kritisch rapporteur te zijn. Als een scheidsrechter een zeven heeft, dan is dat al erg ongunstig. In het betaalde voetbal moet een scheidsrechter toch wel gemiddeld minstens een 7.5 halen in één seizoen.
Wat ook belangrijk is, is de moeilijkheidsfactor van de wedstrijd. De beoordeling van FC Groningen - PSV is bijvoorbeeld heel anders dan die van FC Groningen - RKC. Bij slecht functioneren zal een scheidsrechter een lager cijfer krijgen bij Groningen - RKC dan bij Groningen - PSV.

Is het belangrijk om met een 'open mind' iets te benaderen / beoordelen ten behoeve van de objectiviteit? 
Absoluut. Ik bespeur bij tal van journalisten een sterke vooringenomenheid. Dat heet dan een kritische instelling. Ik denk dan aan de Volkskrantjournalistiek, die soms nergens op lijkt. Daar wordt bijvoorbeeld theater te veel subjectief benaderd. Bijvoorbeeld een journalist vindt een bepaalde cabaretier niet leuk, dus vindt hij het stuk ook niet goed. Dat is te subjectief en zeker niet kritisch. Wat men ook zeker niet moet doen als journalist is met de massa meepraten. Je moet kritisch zijn en alles met een 'open mind' benaderen. Vaak hoor ik mensen over mij zeggen dat ik te kritisch ben, een te grote bek heb of lastig ben. Maar als ze me dan beter leren kennen zeggen ze: 'Goh, je valt eigenlijk best mee'. Dan zeg ik dus dat ik het gesprek wil en de confrontatie. Confrontatie en functioneren zijn de twee standaardbegrippen in m'n leven.

Riooljournalistiek of kritische entertainment?
Laat ik maar voor het laatste kiezen. Ik heb me nog nooit aan riooljournalistiek schuldig gemaakt en aan deelgenomen. Ik heb ooit een aanbieding gehad van Privé met een buitengewoon hoog salaris en daar ben ik toen niet op ingegaan, omdat dat niet mijn terrein is. Ik zou me daar niet gelukkig hebben gevoeld. Bovendien als je eenmaal in die sector zit, dan kom je er niet meer uit. Het zou een hele andere wending in m'n leven hebben gegeven. Ik zou bijvoorbeeld de televisiecarrière en het presenteren niet gehad hebben. Dat bewijst eens te meer dat je nooit iets moet doen alleen voor het geld.

Je zou zelf een serieus tv-programma willen presenteren. Wat versta je onder serieus en bestaat er ultieme serieuze televisie?
Een echt serieus programma kan voor mij zijn een scherpe quiz, een actualiteitenprogramma, presentatie van sport of het voeren van een gesprek. Ik praat niet graag over talkshow. Het woord 'talk' vind ik wel aardig maar het woord 'show' staat mij niet zo aan. In elk geval het serieus bedrijven van de televisie als medium. Ik voel mij altijd het medium.

Entertainmentjournalist, Wat is dat?
Ik weet niet of dat begrip daadwerkelijk bestaat. Ik ben redacteur entertainment bij het Nieuwsblad van het Noorden. Deze functie hadden we bedacht omdat ik perse geen showpagina wilde maken, want dat roept teveel op van de enige en echte entertainmentjournalist in Nederland Henk van der Meyden. Een vakman die dat vak ook gemaakt heeft, maar zo zou ik het absoluut niet willen doen. Ik wil namelijk inhoud. Ik wil het functioneren van de cabaretier, de artiest in een musical, de conferencier, de radio- of televisiepersoonlijkheid of de theaterpersoonlijkheid beschrijven. Theater is mijn leven samen met voetbal. Die twee elementen zijn voor mij de meest toonaangevende. Als ik bijvoorbeeld een interview houd met de jodelzangeres Hilde kor uit Zuidlaren, dan wil ik weten waarom ze het doet en ik wil niets over haar privéleven weten. Dat interesseert me niet. Ik wil dus op alle niveaus functioneren, opereren en aandacht vragen. De personen waarin ik geļnteresseerd ben moeten prestaties afgeleverd hebben. Zij moeten als het ware aan de kwaliteitseisen voldoen. Pas dan raak ik in die personen geļnteresseerd en wil er graag meer over weten.

Hoe is het om vaak onderwerp te zijn van kritiek?
Ik vind het pas interessant als die kritiek mooi vormgegeven is. waarin niet vooringenomen is en niet oppervlakkig. Je kan in een column altijd een zinnetje neerzetten. Belangrijker is om het hoe en waarom op een mooie manier te formuleren in tekst en taal. Als namelijk de kritiek getuigd van vakmanschap, dan vind ik het mooi. Als het mooi is neergezet en inhoudelijk goed is weergegeven, maar niet om één enkel zinnetje om je af te zeiken. Als ik een recensie schrijf die niet zo plezierig uitvalt voor de betrokkene, dan is die recensie alleen goed wanneer ik kans heb gezien mooi, helder en in goede taal te omschrijven wat er aan mankeerde. Het gaat erom om de Communicatie met mijn lezers-, kijkers of radiopubliek op een goede wijze neer te zetten.

Zou u de positieve 'harde' kritiek in de soundmixshow ook kunnen geven aan de 'kids' van de miniplaybackshow.
Nee, dat is ook de reden waarom ik nog nooit in de jury van de miniplaybackshow heb gezeten. Ik zou het ook niet doen, omdat ik me daar niet thuis zou voelen. Al die kinderen die iemand nadoen, terwijl ze amper weten waar het over gaat. Teksten met een zware, diepe en emotionele lading laten playbacken door een kind van zes jaar. Ik vind het aardig dat zo'n programma het leuk doet en goed scoort, maar ik moet er niets van hebben. Het produkt verkoopt dat is alles.

Voor het schrijven van een brief maakt u altijd tijd. Wat is uw mening over het elektronische communicatieverkeer?
Ik denk niet dat het een toekomst is, maar dat het al volstrekt op gang is. Op dat terrein loop ik al achter. Ik heb namelijk een weerzin en een angst voor techniek, terwijl ik de zoon ben van een vader die een reprotechnische groothandel had en dus altijd met techniek en elektronica te maken heb gehad. Daar moest ik helemaal niets van hebben. De kans om de zaak als enige zoon over te nemen heb ik dan ook nooit willen aannemen.

Wat betekent theater voor je?
Theater is de vormgeving van emotie. Het zoeken naar waarheid, kracht en zwakte. Theater in zijn beste vorm is de confrontatie.

Je hebt samen met Herman van Veen ooit het boek 'Een vlucht vooruit' geschreven. Wat was de opzet daarvan?
Dat was een boek over de uitwisseling van ervaringen van een entertainer en een journalist op Broadway. Het was een observatie van hoe Herman van Veen te keer ging op Broadway. Op de manier hoe hij ontvangen werd en hoe de mensen reageerden. Hij slaagde uiteindelijk niet op Broadway. Niet omdat het stuk niet goed was, integendeel dat was juist heel goed, maar het Amerikaanse volk pikte het niet. Het was voor hen volkomen nieuw anno 1982.

Ben je een echt podiummens?
Ja, ik had vroeger al het idee om te willen optreden. In mijn jeugd deed ik wat aan toneel en cabaret. Daarna heb ik dat niet meer ontwikkeld. Wim Kan zei ooit: 'Dan heb je het nooit gewild'. Daar trek ik mijn twijfels over uit, want enkele jaren later was er die wending dat ik wel op het podium sta, waarbij ik uitdrukkelijk zeg dat ik mij geen artiest voel. Evenmin houd ik van de uitdrukking bekende Nederlander of het geven van handtekeningen. Ik doe het wel, omdat het gewoon praktisch is, maar houd daar niet van. Als mensen naar mij toekomen en vragen: 'Mag ik u een hand geven' dan voel ik mij buitengewoon beschaamd. Ik doe mijn werk gewoon. Ik heb helemaal geen glamour & glitter aan mij hangen. De voorstellingen die mensen daarbij hebben, zijn zo strijdig met de werkelijkheid, want wij, de mensen van televisie en al die dingen die ik doe, werken zo keihard. Er zijn best wel leuke dingen aan verbonden, maar het is wel slopend. Het vereist een hoog concentratievermogen en adrenaline.

Je staat bekend om je progressieve bril. heb je er ooit aan gedacht om zelf een brillenzaak te beginnen?
Nee, ik heb een eigen brillenlijn: 'de Jacques-bril' en dat wordt keurig gedaan. Ik moet absoluut geen zaak beginnen, dat kan ik niet. Ik heb daar geen opleiding voor gedaan. Voor zover ik het kan, informeer ik mijzelf daar zo goed mogelijk over. De rest laat ik toe aan een concern in Rotterdam die promoot en verkoopt mijn brillen. Zij mogen daar aan verdienen. Ik heb alleen een jaarcontract getekend.
De reden van de brillenlijn is dat het me op een gegeven moment is aangeboden. Op een bepaald moment werd ik een beetje mister bril op de televisie, omdat ik iedere uitzending weer een andere bril had. Die rage is nu weer voorbij. Als er nu iemand tegen me zegt: 'Goh, wat heb je een leuke bril' dan reageer ik niet eens meer. Ik ben daar niet mee bezig. Het wordt door mensen verheven tot een item. Ik vind dat uiterst hinderlijk zelfs. Ik realiseer me echter wel dat ik het zelf heb opgeroepen. Ik heb het zelf gegenereerd. Daarom wil ik er ook niet hypocriet over doen.

Voetbal is entertainment. Er valt steeds meer geld in te verdienen.
Dat blijkt wel uit contracten die de K.N.V.B. heeft afgesloten. Contracten die astronomisch zijn geworden zijn die met Nike en Shell. Het wordt nu wel goed aangepakt. Daarnaast komt er het Sport 7 kanaal, dus de binding wordt steeds sterker.

Hoe zie je de toekomst van het voetbal?
De toekomst van het voetbal zal steeds meer in de richting van het entertainment gaan, naar Amerikaans voorbeeld. Wat mij altijd zo bezig houdt is dat aan het begin van de competitie de elftallen nooit op volle sterkte binnen de lijnen komen. Ze hebben dan vriendschappelijke wedstrijden en toernooien gespeeld, waar de beste spelers geblesseerd zijn geraakt. Dan lees ik de alarmerende berichten van goede spelers die geblesseerd zijn geraakt, onvoorstelbaar. Bij het EK vind ik het ook vreemd dat de spelers geschorst zijn als ze twee gele kaarten hebben gekregen. Zoals Duitsland, moeten ze de finale spelen, maar kunnen ze haast geen elftal meer op de been brengen, omdat er spelers geblesseerd of geschorst zijn. Dat vind ik belachelijk. Twee gele kaarten en dan al geschorst vind ik belachelijk. Hierdoor worden vaak de beste spelers geschorst. Voor een schorsing moet je drie of vier gele kaarten verzamelen of een flinke boete. Ik vind het erg in tegenspraak met het showprodukt dat de beste spelers er dan nooit bij zijn. Wat dat betreft denk ik dat de elektronische media een sterke rol zal gaan spelen voor het spelletje. Dat niet alleen de scheidsrechter het voor het beslissen heeft. Ik ben daar absoluut niet voor, maar ik zie het wel komen. Ik blijf een voorstander van het: 'It's all in the game' principe. Het blijft namelijk mensenwerk van drie mensen die moeten beslissen. één scheidsrechter en twee grensrechters. Twee scheidsrechters helpt ook niet. Ik heb zelf met zo'n experiment meegedaan en zelf met twee scheidsrechters gefloten, maar het blijkt dat zelfs bij twee scheidsrechters op een bescheiden niveau de interpretatieverschillen te groot zijn.

Hoe zie je de toekomst van de scheidsrechter?
Uiterst ondoorzichtig en heel erg somber. Ik zie dat er steeds minder persoonlijkheden zich geroepen voelen om scheidsrechter te worden. Ik vind het dan ook erg nuttig dat er de mogelijkheid is dat profvoetballers de kans kunnen krijgen om de scheidsrechtersfluit te hanteren. Ze moeten kijken of er uit de regio's mensen zijn die kwalitatief hoog gevoetbald hebben, of daar scheidsrechters tussen zitten. Maar of het een hoog rendement oplevert, betwijfel ik. Gewoon omdat scheidsrechter een heel apart vak is. Het combineren van een snelle visie van persoonlijkheid, het anticiperen. Het omgaan met mensen is ontzettend belangrijk als scheidsrechter. Het is niet alleen het beslissen. Het gaat niet om goed of fout beslissen. Het gaat om geaccepteerd te worden. De lijn te krijgen. De wedstrijd aankunnen en beheersen. Overzicht te houden, maar vooral ook omgaan met mensen en emotie. De grote zorg van het C.O.V.S. is: hoe krijg je kwaliteitsmensen om het scheidsrechtersberoep uit te oefenen. Mensen dus die het aan kunnen, die het ook maatschappelijk en intellectueel aan kunnen.

Wat was de eerste wedstrijd die jij floot?
Blauw-Geel '15 4 - Gruno 7. Die kan ik me nog herinneren als de dag van gisteren. Het was een ramp. ik stond daar als een klein ventje van 18 met een brilletje die mensen floot die mijn vader of zelfs mijn grootvader zouden kunnen zijn. Ik kreeg veel kritiek tijdens die wedstrijd, maar je moet alles leren. Je moet leren te fluiten. Het is constateren wat er gebeurt, dan moet ik fluiten, een kant opwijzen, positie kiezen en de spelers in de gaten houden. Dat is allemaal een kwestie van leren. De eerste twee jaar gingen moeilijk, maar het derde jaar ging hartstikke goed. Ineens had ik een hoge wedstrijd in de afdeling Groningen. Ik was toen de jongste scheidsrechter (21) bij de K.N.V.B.

Zien we je in augustus terug als medewerker, wellicht presentator, van het nieuwe sportkanaal?
Alleen als het zou gaan om de functie presentator van nieuws en feiten. Ze hebben me namelijk wel benaderd voor een commentatiėrende functie op scheidsrechters, zoals Hans Kraay dat thans doet voor een wedstrijd. Ik zou dat dan moeten doen voor de scheidsrechter. Als ik dat zou doen, dan zou ik geen waarnemer meer kunnen zijn en dat wil ik niet. Daarvoor wil ik mijn hobby niet opgeven.

Ultieme wens?
Door blijven gaan waarmee ik nu mee bezig ben en vooral niet ophouden en niet terugkijken. Daarnaast mijn journalistieke loopbaan voortzetten en nog meer televisie gaan doen. Wel stop ik op een gegeven moment met Call-tv, gewoon omdat ik ter zijner tijd daar op uitgekeken ben en iets anders wil gaan doen. Het belangrijkste is dat ik wil blijven functioneren.