Terug
naar Suriname
Woensdag 11 oktober
Dag
22
Het is uitslapen vandaag. Om
kwart voor acht sta ik op om te douchen. Vervolgens moet ik mijn
tas inpakken, al heb ik daar eigenlijk geen zin in. Na het laatste
ontbijt, geven we als groep Guy nog een cadeautje als dank voor
het leuk begeleiden van de reis.
Om tien uur neem ik de bus
naar de stad om nog wat te winkelen. Nadat ik de bus uitstap, loop
ik eerst nog even langs de Nationale Assemblee om te kijken of
Rachel aanwezig is. Ze blijkt er weer te zijn, maar ze kan niet
direct naar buiten komen. Ik wacht geduldig. Na twintig minuten
ziet Rachel gelegenheid om even naar buiten te komen en we maken
kennis met elkaar. We kletsen een kwartiertje, waarna ze weer aan
het werk moet en ik verder de stad in loop om een ondermeer een
hangmat te kopen. Heel toevallig kom ik aan de Waterkant Fien nog
tegen. Nadat ik op de centrale markt wat halve kalebassen koop en
tegenover
de markt een hangmat, loop ik weer terug naar het hotel.
Om
kwart voor één verlaten we met de bus het hotel en ook
Paramaribo. Nabij Lelydorp bezoeken we de vlinderkwekerij, waar we
ook nog kennismaken met enkele schildpadjes.
De rondleiding moet helaas
halverwege onderbroken worden, vanwege tijdgebrek. We moeten op
tijd op de luchthaven zijn om in te checken.
Om
half vier arriveren we op Zanderij. Het inchecken gaat vlot. Het
vliegtuig blijkt maar voor eenderde vol te zitten. Met slechts 180
passagiers verlaten we om half zeven Suriname.

Een uur voor de landing op
Schiphol word ik door de steward opgehaald om naar de cockpit te
komen. Ricardo had vanmiddag zijn collega’s gebeld en gevraagd
of ze mij de cockpit wilden laten zien. Een uur later moet ik
concluderen dat de vakantie erop zit als het vliegtuig de
landingsbaan van Schiphol aanraakt. Terug uit Suriname. Te wi miti
baka.
|
Dinsdag 10 oktober
Dag
21
Het ontbijt om half negen
biedt de gelegenheid om wat langer te slapen. Na het ontbijt
gebruik in de ochtend om wat te winkelen in de stad.
Om twee
uur komt Ricardo mij ophalen bij het hotel om mij eerst wat
van Paramaribo te laten zien. In het bijzonder de memorabele
plekjes. We rijden eerst naar de AMS (Algemene Middelbare School).
Na het nemen van wat foto’s rijden we door naar het lyceum en
het André Kamperveen stadion.
Vervolgens rijden we naar
bejaardentehuis Albertine. Een vriendelijke mevrouw vertelt ons
dat tante Lena twee jaar geleden reeds is overleden. Ze heeft
ongeveer een half jaar in huize Albertine gewoond.
Inmiddels heb ik Ricardo over
Hellen verteld. Het lijkt me leuk om haar voordat ik vertrek nog
weer even te zien. We rijden naar haar huis in het resort Pont
Buiten. Ik loop het erf op en tref haar zusje en broer aan. Haar
zusje vertelt dat Hellen gisteren is opgenomen in het ziekenhuis.
Wat er precies is, weet ze niet. Hopelijk valt het allemaal mee.
Na
dit bezoek rijden we weer naar de Tweede rijweg. Voordat we
daarheen rijden, drinken we in Ricardo’s stamkroeg eerst nog
twee djogo’s.
Op de Tweede rijweg is Lene
blij als ze me ziet. Ze pakt een stapeltje oude foto’s en haalt
wat herinneringen op. Daarna ga ik weer naar de woning van Rinia,
waar op dat moment een dochter van Rinia met haar man uit
Nederland op bezoek is. Ook hier is het tijd voor een lekkere
koude Parbo.
Vlak
voor vertrek plukt Ricardo nog wat Birambies van de boom om mee te
nemen.
We rijden naar het huis van
Joyce, die al voor het huis op mij staat te wachten. Haar vier
kinderen verschijnen één voor één, zodat ik een paar leuke
foto’s kan maken.
Ricardo
en ik besluiten samen in de stad ergens te gaan eten. Daarvoor
rijden we nog even langs zijn huis, waar ik kennis maak met zijn
vrouw Aretha en hun kind
van enkele maanden oud. In een eettentje achter het Vat bestel ik
zoetzure garnalen. De rijst en kouseband krijg ik helaas veel te
laat opgediend.
Ricardo
zet mij na het eten weer bij het hotel af. De groep was al om
zeven uur naar de
stad vertrokken om gezamenlijk ergens te gaan eten op de laatste
avond. Ik besluit Guy even te bellen om te vragen of het nog zin
heeft om naar de stad te komen. Dat blijkt het geval, want ze zijn
op het Marronfestival in de Palmentuin. Ik neem de taxi en even
later stort ik mij in de feestvreugde. Op het podium staat ook
Henry op te treden.
Na een laatste borrel in het Vat nemen we de taxi terug naar het
hotel. Denkend aan een memorabele dag in Paramaribo val ik voor de
laatste keer deze vakantie in slaap op mijn geboortegrond.
|
Maandag 09 oktober
Dag
20
Ook
de tweede nacht in Kristian kondre is goed verlopen. Om half zeven
stap ik uit bed, om mij via het klamboegordijn voor de laatste
keer naar de rivier te begeven om te badderen. Als ik er amper
inzit, voel ik de eerste meervalletjes al aan mijn tenen
knabbelen. Ik probeer er nog één te vangen, maar tevergeefs. Ik
besef dat dit de laatste keer deze reis is dat ik in de rivier
zwem.
Na het ontbijt vertrekken we
naar Saint Laurent in Frans Guyana. Daar brengen we ondermeer een
bezoek aan de gevangenis waar de film Papillion is opgenomen.
Na
een dorpswandeling langs de architectonische gebouwen van Saint
Laurent, stappen we weer in de boot om terug te varen naar Albina.
Van daaruit rijden we na de lunch weer naar ons hotel in
Paramaribo.
Na
tien dagen rijst te hebben gegeten besluiten we om een andere
keuken op te zoeken. Het wordt de Pizzahut in de Wilhelminastraat.
De dag wordt afgesloten op het terras bij het Vat.
|
|
Zondag 08
oktober
Dag
19
Vannacht
heerlijk geslapen in het voor ons luxe resort Myrysij lodge. Onder
de klamboe in een goed bed. In Galibi is de ‘No Spang’
mentaliteit nog sterker dan elders. Geen wonder, want het is er
ook erg warm. Gelukkig staat er af en toe een lekker briesje.
Om
acht uur worden de broodjes voor het ontbijt geserveerd met
Surinaams ei en sardientjes. Na het ontbijt maken we een wandeling
door de dorpen Kristian kondre en Langaman kondre. We besluiten
eerst langs de supermarkt te lopen, om water te kopen.
De
boswandeling gaat langs eenvoudig te belopen paden. Het evenwicht
wordt regelmatig op de proef gesteld bij diverse beekjes waarover
vrij smalle boomstammetjes liggen.
Terence laat
onderweg zien hoe grote mieren met leeuwenhollen kleinere
soortgenoten proberen te vangen voor de consumptie. Volgens
Terence zijn de meeste mieren met vakantie, omdat ze maar niet
tevoorschijn willen komen.
Terug
bij Myrysij lodge is het vooral lekker relaxen tot de lunch. Om
half vier varen we naar de overkant om in Frans Guyana een
strandwandeling te maken en met een beetje geluk enkele
schildpadden te kunnen zien. We wandelen over het strand naar het
schildpaddenmuseum, maar daar aangekomen blijkt deze op zondag
gesloten te zijn. Terug op het strand wachten we nog een half uur in
de hoop dat er schildpadden uit zee zouden komen, maar helaas
kwamen ze niet. Het bleef bij een relaxte wandeling en een paar
ferme duiken in de vrij hoge krachtige golven.
’s Avonds na de soep gaan we naar een culturele avond van de
culturele groep Mutusji (boom).
  
Het blijft niet bij alleen kijken, maar we doen zelf ook actief
mee.

De elfdaagse
expeditie wordt symbolisch afgesloten met een zevenklapper op het
strand van Galibi.
|
|
Zaterdag 07
oktober
Dag
18
De nacht in
het familiedorpje Mi Sa Boo van oom Leo is zeer goed bevallen.
Half zeven stap ik de hangmat uit om via de wc voor de laatste
ochtend in de Marowijne rivier te badderen.
 Het
belooft een lange boottocht te worden naar Albina, het eindstation
van de jungletocht en tevens het beginstation van het laatste
hoofdstuk Galibi.
Om acht uur
verlaten we Mi Sa Boo. Ik neem voorin de boot plaats tussen Lilian
en Hellen in. Even voorbij de Paremecaanse kreek, bezoeken we een
101-jarige medicijnman en zijn wellicht even oude vrouw. Allebei
zijn ze nog zeer bij de tijd. John geeft als vanouds een
uitgebreide en interessante rondleiding over het goed onderhouden
erf van het echtpaar.
We
hervatten de reis en meren even later aan bij een boorplatform,
waar Braziliaanse gouddelvers werken. Via zandzuigers halen ze het
goud naar boven.
Rond
het middaguur gaan we aan land om te lunchen. Gelukkig is er op
deze lunch locatie een sula aanwezig, zodat we voor de laatste
keer er volop van kunnen genieten.
Vlak voor de
lunch begon de motor te haperen. Henry weet de motor samen met
Martijn weer te repareren. Helaas kan de motor niet meer voluit,
zodat we op halve kracht naar Albina varen.
  
We
arriveren pas tegen de avond in Albina. Leon gaat samen met John
gelijk naar het politiebureau om aangifte te doen van de gestolen
camera. Ondertussen maken we kennis met de nieuwe reisgidsen
Terence, James en Marinjo tijdens het verblijf in Galibi.
Als John en Leon terug zijn gekomen, is het moment van afscheid
aangebroken van John, Henry, Tony, Lilian en Hellen. Na een
laatste zoen van Hellen, weet ik nog net op tijd in de (nieuwe)
boot te springen.
Na een uur
varen in de schemering zetten we voet aan wal op het strand van
Galibi. Na de verdeling van de kamers in het het voor ons luxe
resort, wordt er gretig gebruik gemaakt van het avondeten.
Na het eten
vertelt Terence het programma van morgen. Het belooft een drukke,
maar tegelijk een relaxte dag te worden.
Voor
het slapen moet er natuurlijk eerst nog even gezwommen worden in
het zoute water. Roelof, Jan, Guy en ik voelen kleine visjes aan
onze benen. Met een zaklantaarn proberen we de visjes te zien. Ik
probeer er één met de hand te vangen en dat lukt. Wat in het
binnenland met hengel niet lukte, krijg ik in Galibi wel voor
elkaar – zonder hengel. Het laatste hoofdstuk van ‘Terug naar
Suriname’ is begonnen. Wat leest een avontuurlijk boek toch snel
uit.
|
|
Vrijdag 06
oktober
Dag
17
In Tsjong
Tsjong ben ik vroeg wakker en ik stap gelijk om half zeven mijn
hangmat uit. Na het ochtendritueel van Badderen, ontbijt en de
dagelijkse ketting, varen we verder noordwaarts. Eerst halen we
Hellen op die gisteren naar haar moeder in een verderop gelegen
dorpje is gebracht. De complete boot zet verder koers naar
Stoelmanseiland, waar Ronnie Brunswijk zijn hoofdkwartier had
tijdens de binnenlandse oorlog.
 De
wandeling door deze stad gaat via het vliegveld, langs het
ziekenhuis naar de Prinses Beatrixschool, alwaar het enthousiaste
schoolhoofd, mevrouw Samson, in geuren en kleuren vertelt over het
onderwijs in het binnenland. Bij het weggaan vraagt ze nog
aan een deel van de groep om schoolmateriaal op te sturen. We
geven hier gehoor aan en gaan met de pet rond en overhandigen het
bedrag persoonlijk. Mevrouw Samson laat zichtbaar blijken dat ze
er heel blij mee is.

De lunch doen we in het dorp waar een zus van Henry en John woont.
Het dorp telt drie winkeltjes op rij. Velen van ons maken gretig
gebruik van de producten in de koeling. Vooral de yoghurtbakjes
gaan hard in de verkoop.
Na
de lunch is het tijd voor een internationale
tafelvoetbalwedstrijd. Ik en John (Robin Hood) tegen Leon en Guy (Ajax)
Helaas verliezen John en ik nipt met 5-4.
We maken
daarna nog een wandeling door het dorp, waarna we weer verder
varen.
Anderhalf
uur later zetten we voet aan wal in Frans Guyana, in het
familiedorpje Mi sa Boo. (= Hier blaas ik uit) Na een verfrissend
bad, is de eerste echte tropische regenbui tijdens het verblijf in
het binnenland een feit.
|
|
Donderdag 05
oktober
Dag 16
De
toch van Drietabbetje naar Tsjong Tsjong duurt slechts een half
uurtje, vandaar dat we pas om tien uur vertrekken.
De reis
hervatten we in één grotere korjaal, alvorens we in twee groepen
naar het overstappunt gevaren worden. De bagage wordt met een
trolley naar de andere kant gereden. Doordat we één boot
achterlaten, nemen we afscheid van Isaac en Eddy. We varen verder
met Tonny, Henry, John, Lilian en Hellen.
We
komen vrij snel aan in het dorpje Tsjong Tsjong, waar we eerst wat
lunchen, nadat de hangmatten waren opgehangen. Na de lunch gaan er
zes personen samen met John en een ‘gids’ een twee uur durende
wandeling maken door het woud naar een waterval.
De
gids neemt een jachtgeweer mee. Als we daar naar vragen, zegt hij
dat het voor de veiligheid is. Als snel krijgen we door dat het
voor de jacht is. Na een tijdje schiet hij inderdaad een vogel uit
de boom.
Bij
de waterval is het goed toeven. Een heerlijke koude douche in de
mooie Surinaamse natuur.

|
|
Woensdag 04
oktober
Dag 15
Deze
dag begint rustig. Het bekende ochtendritueel, opstaan, badderen
en ontbijt.
Vlak
voor vertrek naar Drietabbetje, moeten we nog het
verjaardagscadeautje aan het jarige meisje overhandigen. Helaas
snapt ze het volgens ons niet helemaal, want ze barst in tranen
los. Guy probeert nog wel om het van washandje omgetoverde
handpoppetje op een leuke manier te geven.
Eenmaal
onderweg komen we weer aan bij de eerste sula waar op de heenweg
gesleept moest worden. De bemanning heeft voor ons een extra
activiteit in petto. De liefhebbers kunnen één boot langzaam
door de sula heen vieren. Degenen die daar niet zoveel zin in
hebben, kunnen in de andere boot plaatsnemen. Zij hoeven per
definitie niet uit de boot, maar middenin
de sula blijken ze er toch uit te moeten, omdat deze boot
vastliep.
Voor de
lunch was het even lang zoeken naar een goed plekje.
Tegen het
eind van de middag kwamen we weer in Drietabbetje aan. Omdat we er
al één nacht overnacht hebben, leek het alsof we weer
‘thuis’ kwamen.
In het dorp werden de nodige inkopen gedaan en de dag werd
afgesloten met heerlijke koude djogo’s bij de plaatselijke
kroeg.
|
|
Dinsdag 03
oktober
Dag
14
Vandaag
lekker uitslapen tot ongeveer half 8. We vertrekken pas op om 10
uur. Er kan dus rustig worden
gezwommen en gegeten. Om 10 uur verlaten we Granda Futu en komen
na een half uurtje een luiaard in het water tegen. Lilian heeft
aangegeven dat ze het beestje graag mee wil nemen als huisdier,
maar de meeste groepsgenoten vinden dat toch niet zo’n erg goed
idee. Even later komen we weer bij de sula waar op de heenweg
gesleept moest worden. Dat hoeft deze keer niet gedaan te worden.
We stappen hier wel even uit de boot voor de lunch. Voor het eten,
nemen we eerst een lekkere natuurlijke douche bij de sula.
Na de lunch varen we verder. Na een tijdje gaan we met één boot
de Pimbakreek. De andere boot met alle bagage vaart samen met
Hellen en Lilian vast naar Tutu Kampu, waar we wederom de nacht
zullen doorbrengen. We hopen in de kreek een kaaiman te zien, maar
tevergeefs. De kaaimannen zijn waarschijnlijk met vakantie. Bij
het keerpunt genieten we uiteraard van het ‘koude’ water van de
kreek.
In
Tutu Kampu wordt het verjaardagsfeest van een driejarig meisje
uitbundig gevierd. Na het ophangen van de hangmatten, heb ik in de
feesttent eventjes lekker geswingd met de (aangeschoten) van de
cassiri (cassavebier) feestgangers.
Ondertussen
is een aantal van de groep al druk bezig met het vissen. Guy heeft
een goede dag. Hij vangt vandaag vier piranha’s.
’s Avonds
bij het kampvuur vertellen John, Henry, Tonny en Hellen een
moralistisch verhaal. Deze avond heeft tot dusver het langst
geduurd. Om half twaalf gaat iedereen slapen.
|
|
Maandag 02
oktober
Dag 13
Wakker
worden middenin de jungle gaat makkelijk. Als de zon is opgekomen,
dan duurt het niet lang voordat iedereen is opgestaan. Vandaag
staan er twee wandelingen op het programma. In de ochtend varen we
om half 9 naar de voet van de ‘kale’ Tebuberg van 340 meter
hoog. De eerste 50 meter is nog wel te doen, maar dan begint het
echt stijl te worden. Het komt niet vaak voor, maar deze keer moet
ik echt opgeven. Abandon van Voorst laten we maar zeggen.
Uiteindelijk zijn er drie personen in geslaagd om de top te
bereiken. Dat is een prestatie met eervolle vermelding waard.

Terug in het
kamp op Granda futu staat het ontbijt klaar. Vanmiddag na de lunch
gaan we een wandeling van twee uur maken door het woud.
Op
de heenweg heeft John heel wat te vertellen. Hij geeft uitgebreid
uitleg bij een boom die je kunt gebruiken om er water uit
te persen als je dorstig bent. Bij de andere waterval van Granda
futu rusten we even uit van de inspanningen. Een paar mensen
kiezen ervoor om samen met John terug te zwemmen. De rest kiest
ervoor om via een kortere weg terug te lopen naar het kamp.
Onderweg houden we natuurlijk onze ogen
open voor de natuur. Zo wordt een mooi gekleurde rups niet over
het hoofd gezien.
's Avonds wordt het kampvuur weer aangestoken. En een beetje
spelen met het vuur is dan altijd wel een leuke bezigheid.

|
|
Zondag 01
oktober
Dag
12
We ontwaken
vroeg in Tutu Kampu. Als de zon namelijk eenmaal op is gekomen,
dan is het logisch dat de hangmatten verlaten worden. Na een
verfrissend bad in de Tapanahonyrivier, ontbijten we met lekkere
worstjes. Om tien uur geeft John een rondleiding door het
pittoreske dorpje. Vervolgens varen we weer verder naar Apetina.
Voordat we
aankomen in Apetina, moeten we eerst weer eerst weer uitstappen,
om de boten door een sula te slepen. Het slepen duurt slechts 49
minuten. John zegt dat we het record officieel hebben verbroken.
Deze prestatie moet natuurlijk gevierd worden. We breken een fles
rum open en een ieder krijgt een dopje.
We
lunchen even later in Apetina. Ook hier geeft John een
heldere en leuke rondleiding.
 Na
de rondleiding varen we verder naar Granda Futu, het meest
zuidelijkste puntje van de reis. Deze keer is het geen dorp, maar
een prachtige plek voor twee overnachtingen aan de voet van de
Tebuberg, die we morgen gaan proberen te beklimmen. Voordat het
zover is badderen we heerlijk in de nabije sula of genieten van de
innige Surinaamse rust.
|
|
Zaterdag 30
september
Dag
11
Normaal moet
de wekker om half zeven gaan, maar vandaag hebben we meerdere
wekkers. De vele hanen die er in Drietabbetje rondlopen, zorgen
voor een waardig ochtendorkest.
Na
het ontbijt vertrekken we dan om negen uur met twee korjalen
stroomopwaarts. We varen eerst nog langs het dorp waar we gisteren
de Shamaan hebben ontmoet, om Hellen op te halen. Zij zal Lilian
bij het eten bereiden ondersteunen. Vooral de eerste uren
in de korjaal is het genieten van het Surinaamse landschap en het
ongerepte oerwoud. Rond het middaguur moet er gewerkt worden als
we een te lage sula door moeten. Iedereen moet uitstappen om de
korjalen door de sula te slepen. Na een uur is de klus
geklaard.
Tijdens een wandeling door een dorpje zien we hoe de inwoners hun
korjalen bouwen.
 We
varen nog een klein stukje door om vervolgens even aan land te
gaan voor de lunch en een koele zwempartij. Tegen de avond
bereiken we het Indiaase dorpje Tutu kampu. Een gezellig dorpje
met 31 inwoners. We worden ook hier wederom hartelijk ontvangen.
|
Vrijdag 29 september
Dag 10
 De
wekker gaat al vroeg af. Om half negen vertrekt de binnenlandse
chartervlucht naar Drietabbetje. De vlucht start van luchthaven Zorg en
Hoop in resort Centrum.
Ik
weet het plaatsje links voorin het vliegtuig te bemachtigen, zodat ik
een goed uitzicht heb op de cockpit. We vliegen grotendeels over het
oerwoud, een indrukwekkend bosrijk en gebied. Drie kwartier later landen
we op het grasveld van de landingsbaan in Drietabbetje. We worden
hartelijk verwelkomd door de reisorganisatie Ma Ye du, onder leiding van
reisgids John Tojo.
Na aankomst in het leuk uitziende dorp, waar we
tijdens deze binnenlandse toch twee keer  gaan overnachten, varen
we naar een ander dorp waar een Shamaan dadelijk gaat beginnen met een
soort ceremonie, waarin het kwaad verdreven zal worden. Vooral de vrouwen spelen
hierin een grote rol. We groeten één voor één
de Shamaan en zijn compagnon. In zijn inleiding vertelt de
Shamaan dat hij de wereld graag wil verbeteren.
 
Na de lunch maken we nader kennis met de dorpsbewoners tijdens een
dorpswandeling. Vooral de jongens uit het dorp reageren enthousiast en
soms wel wat brutaal op onze aanwezigheid. John legt de betekenis van de
beschilderde voordeuren uit. De man geeft daarmee aan hoeveel hij van
zijn vrouw houdt. In Drietabbetje brengen we onze eerste nacht door in de hangmatten.
|
Donderdag 28 september
Dag 9
Na
het ontbijt op de Brownsberg begint de tweede (lange) wandeling van 3,8
kilometer. Op de heenweg is er weinig aan de hand. De afdaling biedt
geen moeilijkheden.
Onze
gids van deze wandeling heet Werner. Een muzikaal Bob Marley type.
Tijdens de wandeling laat hij dan veelvuldig zijn zangkwaliteiten ten
gehore brengen.
Eenmaal
beneden aangekomen kunnen we genieten van het heerlijke frisse
bronwater. We zwemmen wat en vullen de waterflesjes bij. Ondertussen
geniet Werner op een rots van een joint en pakt zijn mondharmonica
erbij. Nadat iedereen zich weer had aangekleed, kon de klim naar boven
weer beginnen. Bij terugkomst genieten  we
wederom van een heerlijke lunch, waarna we weer in de bus stappen om
terug te rijden over de stoffige bauxietweg naar Paramaribo. Morgen gaat
het echte werk beginnen. Het avontuur in het Binnenland.
|
Woensdag 27 september
Dag 8
Half zeven gaat de wekker. Om acht
uur zal de bus vertrekken naar Brownsberg. Aan het ontbijttafel moeten
we nog wachten op de broodjes, die gastvrouw Yasmina nog bij de bakker
moet ophalen. Koffie en thee heeft ze inmiddels al wel gezet.
Tijdens de afwezigheid van Yasmina
gaat de telefoon in het hotel en Guy ontpopt zich als een ware
reisleider door hem op te pakken. Hij
wenkt naar mij en het blijkt Rachel te zijn. Ze vertelt dat ze ons
gisteren nog gezien heeft, toen wij bezig waren met de rondleiding. De
busreis naar Brownsberg duurt ruim drie uur en we maken kennis met
reisgids Clyde. Na een uurtje komen we langs het Clarence Seedorf
sportcomplex.
Het
tweede gedeelte van de reis gaat over een stoffige bauxietweg. Met name
als het werk- wegverkeer tegemoet komt, komt er veel stof opwaaien.
Rond twaalf uur bereiken we de
Brownsberg. Na een korte wandeling van een kwartier, gaan we lunchen.
 Na
de lunch begint de lange wandeling van twee kilometer. Het lijkt geen
grote afstand, maar het blijkt een aardige afdaling door de jungle te
zijn. Uiteindelijk bereiken we de Irene waterval, die vanwege het
droogseizoen minimaal actief is. Toch kunnen we ons hier enigszins wat
opfrissen en de waterflesjes bijvullen, om vervolgens weer terug te
klimmen naar het plateau van de Brownsberg.
|
Dinsdag 26 september
Dag 7
De ochtend van dag zeven bestaat uit
een leuke en interessante rondleiding door het stadscentrum van
Paramaribo. Na circa drie uur wordt de rondleiding afgesloten met een
sapje met lekkere bakkabana en roze flensjes aan de Waterkant.

Deze middag ga ik de familie
Kamperveen en het ouderlijke huis aan de Tweede rijweg bezoeken. Voordat
ik de bus pak, koop ik eerst nog even een bloemetje.
Op
de kruising Kwattaweg – Tweede rijweg stap ik uit. Een mooie pas
geasfalteerde Tweede rijweg komt in mijn vizier. Het eerste huis is
nummer vier, ik verwacht dus wel een eindje te moeten lopen. Het
volgende huis is echter al 20 en weldra komt Fien Kamperveen toevallig
net het erf aflopen. Ik volg Fien over het erf en maak kennis met Jerry,
de automonteur aan huis. Het laatste huis op het erf is van Rinia en
André. De meegebrachte bloemen krijgen daar een mooi plaatsje.
Even
later kom ik Jerry’s broer Robert tegen. Hij herinnert zich pa als
sinterklaas, die veel snoepgoed hard rondstrooit. Beide broers zet ik
samen op de foto, waarop ik samen met Fien naar het ouderlijke huis (nu
nummer 26) loop om wat foto’s te maken.
Helaas zijn de huidige bewoners niet thuis, zodat ik niet naar binnen
kan. Gelukkig zijn de overburen, familie Veldhuis, wel thuis. Tijdens
het bezoek aan Veldhuis krijgt Tine net telefoon van haar dochter
Cynthia uit Amersfoort. Ze vertelt dat ze nog een foto van 35 jaar
geleden heeft waar ze mij vasthoudt. Ricardo komt ook nog langs om
kennis te maken. Hij blijkt in dezelfde wijk te wonen als het hotel waar
wij verblijven. Na de binnenlandse tocht bel voor een nadere rondleiding
langs memorabele plekken in Paramaribo.
|
Maandag 25 september
Dag
6
’s
Nachts heerlijk geslapen op de veranda van het logeeradres. Dag zes
begint met een bezoek aan Fort Amsterdam. Tijdens de korte rondleiding
in het Fort, waarin de historie in geuren en kleuren verteld wordt,
geeft de gids ons de sleutel van de schatkist. We moeten zelf maar
ontdekken waar het sleutelgat zich op de kist zich bevindt. Na de kist
op alle mogelijke plaatsen te hebben bekeken en betast, wordt
uiteindelijk het raadsel ontrafeld. Met wat schuifwerk komt het
sleutelgat tevoorschijn, waardoor we eindelijk in de kist kunnen kijken.
Na de heldere rondleiding wandelen we rustig uit over de vesting.
De
weg van Nieuw Amsterdam naar de voormalige cacao- en koffiefabriek
Peperpot, gaat grotendeels langs de Surinamerivier. Over het algemeen
een goed begaanbare weg met hier en daar te omzeilen kuilen.
Lastiger wordt het stukje Bauxietweg, waarop zeker met beide handen
gestuurd moet worden. Peperpot is een voormalige cacao- en
koffieplantage. De fabriek werkt al sinds 1997 niet meer, maar de
werknemers wonen nog steeds op het terrein van de plantage. Na enige
tijd komt de beheerder van Peperpot, een oud werknemer, naar ons toe om
een rondleiding te geven. Hij vertelt over de historie van Peperpot en
naarmate wij aandachtiger luisteren, wordt hij ook enthousiaster.
Zichtbaar merken we dat hij het toch wel leuk vindt dat wij een bezoek
hebben gebracht aan deze voormalige cacao- en koffieplantage.
We stoppen onderweg bij een klein chinees restaurantje. In vrijwel korte
tijd weet dit restaurant voor 15 personen een heerlijke lunch op tafel
te zetten.

We
fietsen na de lunch naar Meerzorg om met de fietspont terug te keren
naar Paramaribo. Aangezien ik nu toch in het bezit ben van een fiets,
maak ik van de gelegenheid gebruik om samen met kamergenoot Roelof naar
het Diakonessenhuis te rijden. De weg wordt goed uitgelegd en we
bereiken zonder omwegen mijn geboorteplek. Helaas is er in de middag
geen mogelijkheid om het ziekenhuis in te gaan. Bezoekuren gelden alleen
’s ochtends. Maar met enkele foto’s ben ik tevreden en kan een
heldere conclusie trekken: de
cirkel is rond.
Zondag 24 september
Dag
5
De dag begint met een rustig, maar
feestelijk ontbijt in het hotel. Marleen is jarig en moet uiteraard
toegezongen worden in het Surinaams. Mijn snelle cursus van gisteren
heeft redelijk geholpen, want Guy kan de tekst aardig meezingen.
Om half negen arriveert de bus die
ons naar de fietsverhuur zal brengen, om onze tweedaagse fietstocht in
de Commewijne te kunnen beginnen.
Eenmaal
op de fiets rijden we naar plantage Leonsberg om daar de oversteek te
maken over de Surinamerivier naar Nieuw Amsterdam. Daar aangekomen
fietsen we eerst naar het huis waar we zullen overnachten. We fietsen
verder naar Mariënburg en laten ons rondleiding door een oud werknemer
van deze voormalige fabriek. Veel is er niet meer van over. Enkele
gebouwen met loshangende dakplaten en wat verroestte machines. Mariënburg
staat louter nog als toeristische trekpleister.
De fietstocht wordt hervat naar Frederiksdorp. Op de plantage van
Hagemeyer wordt een heerlijke lunch voor ons klaargemaakt. Na het eten
genieten we van de Javaanse Djaran Kepang. Een spirituele voorstelling
van de Javanen waarin ze in Trance raken, om zich als apen of andere
beesten te gedragen.


Na deze Javaanse voorstelling fietsen we door een schitterende omgeving
naar de plantage Alkmaar. Normaal stoppen de veerboten rond half vijf,
maar
voor een grote groep van vijftien personen maakt de lokale bevolking
graag een uitzondering. Drie boten doen ondertussen een wedstrijdje de
klandizie binnen te halen.
Op
het logeeradres genieten we even later van heerlijke echte Commewijnse
roti.
|
Zaterdag 23 september
Dag 4
Vandaag
is het vroeg opstaan. Nog voor zonsopkomst kruip ik om half zes uit mijn
hangmat. Om zes uur gaan we namelijk een wandeling maken in de hoop
enkele apen te kunnen zien. Ze waren er wel, maar te hoog en te snel om
ook maar één foto ervan te kunnen nemen.
Terug bij de boot aangekomen is het
weer tijd om een bad te nemen in de Surinamerivier. Na het ontbijt
begint de terugtocht naar
Paramaribo.
We varen als eerste naar de overkant
van Overbridge, waar een scheepswrak als toeristische trekpleister
fungeert. Op vele plaatsen in de Surinamerivier liggen dit soort
scheepswrakken, die met name wegens geldgebrek blijven liggen.
Onderweg
varen we de Parakreek in om van dichtbij de plantages te kunnen
bekijken.
In
de middag wordt het anker weer uitgegooid om voor de laatste maal in de
Surinamerivier te kunnen zwemmen. Vanwege de sterke stroming en het feit
dat we op deze plek niet kunnen staan, doen we de zwemvesten aan.
’s Avonds is het de eerste keer
dat er in Paramaribo gegeten wordt. De keuze valt na een verkennende
wandeling door het centrum om Roti. Dag 4 wordt afgesloten in het Vat
aan de Waterkant.

|
|
Vrijdag 22 september
Dag 3
Half zeven in de
ochtend lijkt voor mij vroeg om op te staan, maar in Suriname lijkt het
al snel doodnormaal. Vandaag moeten we er ook wel vroeg uit, want over
een half uur (om 7 uur) heeft Suriname een echte zonsverduistering. Veel
heb ik hiervan niet waargenomen. Bovendien hadden we het materiaal niet
om de eclips goed te kunnen
zien. Om wakker te worden neem ik een duik in de Surinamerivier. Het
blijkt vloed te zijn, want het strandje dat gisteren nog te zien was, is
volledig ondergelopen.
De
boottocht vervolgt zich na het ontbijt om acht uur met een aantal
liftsters die graag naar de plantage Esthers Lust gebracht willen
worden, voor een korte vakantie.
Op het dek heb ik
even gezellig gekletst met deze drie Surinaamse vrouwen in het bijzijn
van twee kleindochters.
Na een uur varen
stappen we uit de boot voor een lekkere wandeling. Via het pittoreske
dorpje Pierre Kondre lopen we langs ananasvelden over een goed
begaanbare bauxietweg naar de Joodse Savanne.
Voordat we weer naar Overbridge terugvaren, zwemmen we nog even op een
zandbank. Pas in het water merken we de sterke stroming van de
Surinamerivier.
In
Overbridge zijn we getuigen van een lokaal spel. Het lijkt nog het meest
op een soort overlopertje. Er wordt in de stromende regen gespeeld, maar
daar schijnt niemand zich druk over te maken. Na verloop van tijd begint
het te onweren. Vlak voor het eten slaat de bliksem in de hoge
kankantriboom. Via de boom geleidt de bliksem naar de televisie in het
café waar we ons op dat moment begeven. Op hetzelfde moment zit het
andere deel van de groep al op de boot. Als Guy het regenscherm wil
laten zakken, krijgt hij deze op zijn hoofd. Als iedereen van de schrik
bekomen is en Wyboo ons tactvol gerust stelt, gaan we eten. Na het eten
worden de hangmatten
weer opgehangen en de meesten gaan ook gelijk slapen. Behalve Leon en
ik. Wij worden staande gehouden door de dames van de slagbalclub, die
eerder op de dag nog in de stromende regen zich amuseerden. Ze willen
graag een dansje met ons maken. Als de muziek start, zijn we enkele
seconden later het middelpunt van een heerlijke Hindoestaanse
danspartij.

|
|
Donderdag 21 september
Dag 2
Na een een heerlijke eerste nachtrust in Paramaribo sta ik om kwart over zeven op. Na een frisse douche en een inventarisatie
welke bagage meegenomen zal worden tijdens de boottocht, laat ik mij het
ontbijt goed smaken.
Vlak voor vertrek naar de boot bel ik met Fien Kamperveen om te zeggen
dat ik vandaag niet kom in verband met de wijziging in het programma.
De boottocht over de Surinamerivier
begint bij Torarica, waar we kennismaken met reisgids Wyboo,
Stuurman Vincent en scheepskok Parkash. Al snel blijkt dat de bemanning
erg gezellig is. Na onder de Wijdenboschbrug door en gaan na enige tijd
varen aan land in het kleine, voornamelijk door Javanen bewoonde dorpje
Domburg. Hier maak ik van de gelegenheid gebruik om de echte Surinaamse
sinaasappel te nuttigen. We hervatten de boottocht en komen langs een
bauxietfabriek langs de rivier.
Vervolgens
gaan we weer aan wal bij de voormalige Lepra kolonie
Groot-Chatillon. De
natuur heeft deze kolonie, die pas in 1978 gesloten werd, in korte tijd
volledig teruggenomen. De eerste nacht brengen we in hangmatten door in
Overbridge.
|
|
Woensdag
20 september
Dag 1
Kwart over zes in de ochtend. De
deur van de slaapkamer zwaait open. Pa verschijnt in de deuropening.
Vanaf nu begint de reis 'terug naar Suriname'. Na het ontbijt rijden we
om kwart over zeven uit Tzummarum weg op weg naar Schiphol. Vrijwel
zonder files bereiken we de luchthaven. Na een kopje koffie begeef ik
mij naar de kop van balie 17, waar reisleider Guy VanCraybex mijn ticket
aan mij overhandigt. Hij vertelt dat we morgen gelijk beginnen met de
driedaagse boottocht op de Surinamerivier. De eerdere planning om dan
gelijk een bezoek te brengen aan de familie Kamperveen op de Tweede
Rijweg, moest dus gewijzigd worden. Maar daar maak ik me als geboren
Surinamer natuurlijk niet druk om. In de lange rij voor de incheckbalie
is het even wachten. Uiteindelijk na het inchecken ga ik door de
pascontrole. Vlak voor vertrek komt Arne langs, die zojuist uit Kaapstad
is geland. Om kwart over één verlaat ik voor drie weken Nederlands
grondgebied.
De
PB 993 is half gevuld. Een riante zitplaats van vier stoelen op rij heb
ik tot mijn beschikking. De vlucht van negen uur verloopt voorspoedig en
om 17:00 uur lokale tijd land ik op Pengel Airport, voorheen Zanderij.
Ik ben terug op mijn geboortegrond.
's Avonds in het hotel Ed's Inn aan de Haydnstraat 12 brengen we als
groep van 15 reizigers een toast, uiteraard met Parbo bier, uit op het
begin van de Surinamereis.
|
| |
|